De Gevolgen van Faillissement bij Energieleveranciers

Consultant Jimmy Vedder van MitH Management heeft zich verdiept in de betekenis en impact van de gevolgen van faillissement bij energieleveranciers en deelt de door hem verkregen inzichten graag. (10/01/2024)
Inleiding
In 2021 gingen diverse energieleveranciers failliet, waaronder Welkom Energie, ENSTROGA, Kleinverbruik Energie Nederland (KEN/Anode), Fenor, Naked Energy en SEPA Green Energy (Radar, 2022). Een belangrijke oorzaak van deze faillissementen was de stijging van energieprijzen in dat jaar. Uit een onderzoek van de Consumentenbond (2019) blijkt dat meerdere energieleveranciers kampen met aanzienlijke schulden. Uit dit onderzoek bleek dat tien van de dertig energieleveranciers grote schulden hadden. Deze schulden, gecombineerd met een volatiele energiemarkt en snel stijgende prijzen, creëren risicovolle situaties voor verschillende betrokken partijen.
Consumenten zijn een van de groepen die zwaar worden getroffen door het faillissement van een energieleverancier. Toen, Welkom Energie failliet ging, werden 90.000 klanten overgenomen door Eneco, waarbij ze nieuwe energiecontracten kregen met aanzienlijk hogere prijzen. Hierdoor moesten deze klanten honderden euro’s meer betalen (ACM, 2021). Het huidige proces bij het faillissement van een energieleverancier is zo ingericht dat klanten niet direct kunnen kiezen voor een nieuwe leverancier; ze worden automatisch toegewezen aan een andere leverancier en kunnen daarna pas overstappen. Hoewel dit de leveringszekerheid waarborgt, kan het ook grote financiële gevolgen hebben voor klanten.
Naast consumenten worden ook andere partijen zoals netbeheerders en de balans verantwoordelijke partij (BRP) beïnvloed door dergelijke faillissementen. In deze whitepaper zullen we dieper ingaan op het onderwerp van het faillissement van energieleveranciers. Allereerst zal het proces van een faillissement beschreven worden. Vervolgens wordt de impact op de verschillende partijen verder toegelicht. Daarna wordt de rol van de ACM toegelicht. Afsluitend wordt het toekomstperspectief besproken.
Het proces van faillissement
Het proces bij het faillissement van een energieleverancier omvat verschillende stappen waarbij diverse partijen betrokken zijn. Dit proces verschilt tussen klein- en grootverbruik aansluitingen. Het wettelijke kader voor dit proces is vastgelegd in het Besluit Leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998 en Besluit Leveringszekerheid Gaswet.
Voor kleinverbruikaansluitingen is er een wettelijke bescherming om de leveringszekerheid te waarborgen. Het proces om deze aansluitingen aan een nieuwe leverancier te koppelen, mag maximaal twintig dagen duren. Deze periode is verdeeld in twee fasen:
- Eerste venster periode (10 dagen): In deze fase wordt geprobeerd het klantenbestand aan een andere leverancier te verkopen.
- Tweede venster periode (10 dagen): Als de verkoop niet binnen de eerste tien dagen slaagt, wordt het klantenbestand over de overige leveranciers verdeeld. Dit proces staat bekend als de restverdeling.
Voor grootverbruikaansluitingen is er geen wettelijke bescherming. De grootverbruiker moet zelf een nieuwe leverancier contracteren. De vensterperiode hiervoor is tien dagen. Wettelijk is vastgelegd dat de BRP de leverancierstaken van de failliete leverancier overneemt gedurende deze tien dagen. Dit is vastgelegd in de Netcode Elektriciteit en de Transportvoorwaarden Gas. Als de grootverbruiker binnen deze tien dagen geen nieuwe leverancier vindt, neemt de BRP de leverancierstaken over of regelt een leverancierswissel.
Als de leverancier tevens de BRP is, valt bij faillissement ook de BRP weg. Voor kleinverbruik aansluitingen verandert dit niets aan het proces. Bij grootverbruikaansluitingen blijft de grootverbruiker verantwoordelijk voor zowel het contracteren van een nieuwe leverancier als een nieuwe BRP.
Het huidige proces brengt een aantal problemen met zich mee. De volgende problemen ontstaan door het proces:
- Kleinverbruikers hebben geen inspraak in de keuze van de nieuwe leverancier.
- De leverancier die het klantenbestand overneemt hoeft de bestaande overeenkomsten niet te behouden.
- Kleinverbruikers hebben een opzegtermijn van 30 dagen.
Naast de problemen die veroorzaakt worden door het proces zijn er ook nog een aantal andere problemen die veroorzaakt worden door het faillissement van de leverancier:
- Netbeheerders kunnen opdraaien voor de gemaakte onbalanskosten.
- De kosten van de reconciliatie blijven bij de BRP liggen doordat de leverancier deze niet kan betalen.
- Kleinverbruik aansluitingen krijgen in veel gevallen niet de al betaalde voorschotten volledig terug.
Deze problemen hebben een impact op de verschillende partijen. Het volgende stuk zal verder ingaan op de impact van deze problemen.
Wat is de impact op de verschillende partijen
Het faillissement van een energieleverancier heeft een aanzienlijke impact op verschillende partijen, met name op financieel gebied. Daarom is het belangrijk om eerst het financiële proces van een energieleverancier toe te lichten.
Consumenten betalen de energieleverancier voor de geleverde energie. Een deel van de ontvangen betalingen wordt door de leverancier doorgestuurd naar de netbeheerder voor de netwerkkosten (Figuur 1). Daarnaast bestaat er een financiële relatie tussen de leverancier en de BRP. De BRP is verantwoordelijk voor het balanceren van zijn portfolio. Bij onbalans worden er kosten door de netbeheerder aan de BRP in rekening gebracht, die deze kosten vervolgens doorberekent aan de energieleverancier (Figuur 2).

Figuur 1 Financiële proces netwerkkosten

Figuur 2 Financiële proces onbalanskosten
Deze financiële stromen illustreren de centrale rol van de energieleverancier tussen verschillende partijen. Wanneer een energieleverancier failliet gaat, komen deze financiële stromen tot stilstand, wat aanzienlijke gevolgen heeft voor de betrokken partijen.
Impact op consument
Zoals besproken in de inleiding heeft het faillissement van een energieleverancier aanzienlijke gevolgen voor consumenten. Wanneer een energieleverancier failliet gaat, worden de klanten doorgaans verkocht aan een andere leverancier. Als dit niet mogelijk is, worden de klanten verdeeld over verschillende energieleveranciers. Hierbij hebben de consumenten geen inspraak en kunnen zij niet kiezen voor hun nieuwe energieleverancier.
Daarnaast is de nieuwe energieleverancier niet verplicht de oude contracten over te nemen. Dit betekent dat de overgenomen klanten vaak nieuwe contracten krijgen die minder gunstig zijn dan hun oorspronkelijke contracten. Consumenten moeten een opzegtermijn van 30 dagen respecteren, waardoor ze verplicht zijn om minstens een maand bij een energieleverancier en onder een contract te blijven waar ze niet voor hebben gekozen.
Een bijkomend risico voor de consument is dat zij de reeds betaalde voorschotten mogelijk niet terugkrijgen van de failliete leverancier. Uit onderzoek van KPMG blijkt dat bij zeven faillissementszaken van energieleveranciers slechts één van de onderzochte leveranciers in staat was om klanten volledig terug te betalen. De overige zes leveranciers konden naar verwachting slechts tussen de 12% en 43% van de voorschotten terugbetalen (KPMG, 2023).
Impact op netbeheerder
De netbeheerders ondervinden ook financiële gevolgen bij het faillissement van een energieleverancier. Op het moment dat een leverancier failliet gaat, ontstaat het risico dat de netwerkkosten niet meer aan de netbeheerder betaald worden.
Bovendien kan het faillissement van een leverancier ook leiden tot het faillissement van de BRP. Om de leveringszekerheid te waarborgen, wordt de leveringsplicht in zo’n geval overgenomen door TenneT, de landelijke netbeheerder. TenneT activeert dan energie op de onbalansmarkt om te leveren aan de klanten van de failliete leverancier. De kosten die hiermee gepaard gaan, zijn voor rekening van TenneT.
Daarnaast rekent TenneT onbalanskosten wanneer het elektriciteitsnet in onbalans raakt. Bij een faillissement van een leverancier is het risico groot dat deze onbalanskosten niet betaald kunnen worden, deze kosten kunnen snel oplopen. Bijvoorbeeld, bij het faillissement van Energyxs werden er in vier dagen tijd onbalanskosten ter hoogte van €900.000 gemaakt door TenneT.
Impact op BRP
De eerder beschreven financiële stromen laten zien dat er ook een financiële stroom is tussen de BRP en de energieleverancier. Wanneer een leverancier failliet gaat, stopt deze financiële stroom, wat kan leiden tot het faillissement van de BRP. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij het faillissement van Allure, waar Anode de BRP was. Toen Allure failliet ging, kon Anode niet meer betaald worden, terwijl de kosten bleven oplopen.
In het huidige proces is de leverancier verantwoordelijk voor het overschakelen van klanten naar een nieuwe leverancier, iets waar de BRP geen invloed op heeft. Hierdoor blijven de kosten voor de BRP stijgen totdat de klanten een nieuwe leverancier hebben. Voor curatoren zijn allocatie en reconciliatie vaak problematisch, zoals geïllustreerd door het conflict tussen Anode en Allure. Toen Anode failliet ging, kon het de BRP niet meer betalen, maar de kosten voor de BRP bleven stijgen.
Het huidige systeem brengt het risico met zich mee dat BRP’s failliet gaan omdat leveranciers failliet gaan en hun reconciliatiekosten niet betalen. Dit risico werkt ook in omgekeerde richting; als een BRP failliet gaat, kan dit gevolgen hebben voor de leveranciers.
De rol van de ACM
De Autoriteit Consument en Markt (ACM) houdt toezicht op de energiemarkt en is verantwoordelijk voor de bescherming van kleinverbruikers. Dit doet de ACM door te controleren of bedrijven zich houden aan de relevante wetten en regels. Een deel van deze regels wordt door de ACM zelf opgesteld.
Hoewel de ACM de taak heeft om kleinverbruikers te beschermen, heeft de organisatie niet ingegrepen tijdens de problemen die ontstonden bij faillissementen van energieleveranciers. De ACM heeft bijvoorbeeld niet ingegrepen toen consumenten nieuwe, vaak minder gunstige contracten kregen na het faillissement van hun leverancier.
Ook bij conflicten tussen leveranciers en BRP’s moet de ACM toezicht houden. In faillissementsgevallen kunnen zich problematische situaties voordoen. Zo gaf de ACM tijdens het conflict tussen Allure en Anode een leveringsvergunning af aan een zusterbedrijf van Allure, waardoor klanten konden worden verschoven tussen de twee bedrijven, ondanks dat de ACM op de hoogte was van het conflict tussen Allure en Anode.
De Consumentenbond heeft al twee keer aangedrongen op strenger toezicht door de ACM op energieleveranciers. De ACM heeft echter aangegeven dat zij hiervoor niet over voldoende middelen beschikt (NOS, 2022). Wel geeft de ACM aan dat zij sinds de meerdere faillissementen in 2021 haar toezicht heeft aangescherpt. De toezichthouder controleert sindsdien of energieleveranciers voldoende elektriciteit en gas hebben ingekocht voor de winter, om ervoor te zorgen dat consumenten altijd van energie voorzien zijn.
Daarnaast houdt de ACM strenger toezicht op de vergunningen van energieleveranciers. Bij de Hollandse Energie Maatschappij (HEM) heeft de ACM bijvoorbeeld de vergunning gewijzigd en aangegeven dat de financiën op orde moten worden gebracht, anders zal de vergunning worden ingetrokken. De ACM heeft ook aangegeven dat zij de bevoegdheid wil om een stop op nieuwe klanten te leggen bij leveranciers die zich niet aan de regels houden (NOS, 2023).
